Regel 11 · Buitenspel
Buitenspel in voetbal: positie, overtreding en hervatting
Praktische uitleg van Regel 11: wanneer een aanvaller buitenspel staat, wanneer dat een overtreding wordt, de belangrijkste uitzonderingen en hoe het spel wordt hervat.
Wanneer een speler in buitenspelpositie staat
Een speler staat alleen buitenspel als een deel van hoofd, lichaam of voeten op de helft van de tegenstander is en dichter bij de doellijn van de tegenstander staat dan zowel de bal als de op één na laatste tegenstander. Handen en armen tellen niet mee; op gelijke hoogte met de op één na laatste tegenstander of de laatste twee tegenstanders is geen buitenspel.
Een buitenspelpositie is niet automatisch een overtreding
De positie wordt beoordeeld op het moment dat een ploeggenoot de bal speelt of raakt. De speler wordt alleen bestraft als hij daarna actief aan het spel deelneemt, bijvoorbeeld door de bal te spelen, een tegenstander te hinderen of voordeel te halen uit een rebound, afbuiging of bewuste redding.
Bewust spelen, afbuigingen en directe hervattingen
Als een tegenstander de bal bewust speelt, kan de buitenspelsituatie opnieuw beginnen, behalve bij een bewuste redding. Een eenvoudige afbuiging doet dat niet. Er is geen buitenspelovertreding wanneer de speler de bal rechtstreeks ontvangt uit een doeltrap, inworp of hoekschop.
Wat gebeurt er wanneer buitenspel wordt gegeven
De scheidsrechter geeft de verdedigende ploeg een indirecte vrije trap op de plaats van de buitenspelovertreding. Praktisch: beoordeel eerst de positie bij het balcontact van de ploeggenoot en daarna of de speler actief aan het spel deelneemt.