Naar inhoud springen
NL

Handbal

Passief spel en het waarschuwingssignaal in handbal

Hoe de huidige IHF-regels voor zaalhandbal balbezit zonder herkenbare aanvalspoging tegengaan en hoe de telling van vier passes na het waarschuwingssignaal werkt.

Gepubliceerd: Bijgewerkt:

Passief spel betekent geen herkenbare poging om aan te vallen

Een ploeg mag de bal niet in bezit houden zonder duidelijk te proberen aan te vallen of te schieten. Ook het herhaald vertragen van beginworp, vrije worp, inworp of keeperworp is niet toegestaan. Zien de scheidsrechters een tendens tot passief spel, dan tonen zij het waarschuwingssignaal.

De waarschuwing geldt normaal voor de rest van de aanval

Het signaal blijft normaal gelden tot het einde van die aanval. Het vervalt als een schot rechtstreeks van doel of keeper terugkomt bij de aanvallers, of als een verdediger een persoonlijke straf krijgt voor een fout of onsportief gedrag; de aanval krijgt dan een nieuwe opbouwfase.

Na het signaal zijn maximaal vier passes toegestaan

Na het waarschuwingssignaal heeft de aanvallende ploeg maximaal vier passes om met een doelpoging af te ronden. Nationale bonden mogen voor leeftijd of niveau afwijken, maar maximaal tot zes passes.

Spelhervattingen zetten de telling niet zomaar terug

Een vrije worp of inworp vóór de vierde pass onderbreekt de telling niet. Na de vierde pass kunnen bepaalde toegekende worpen of geblokkeerde pogingen nog één extra pass toestaan. Scheidsrechters mogen eerder voor passief spel fluiten als de aanval duidelijk geen schot meer probeert te creëren.

← Handbalgidsen